Herinnering

De boeken van Douwe Draaisma over de werking van het geheugen heb ik stuk voor stuk verslonden omdat het onderwerp mij als persoon, maar zeker ook als schrijver, mateloos interesseert en intrigeert. Wie kent dat niet, dat je brein een bepaalde gebeurtenis min of meer herschrijft, omdat er met de herschreven versie beter valt te leven. Hoe dat brein zijn verwoestende werk kan doen bleek gisteren nog maar eens, toen mijn jongste zoon me erop wees dat ik soms met zo veel haat over een ex-geliefde spreek. Een bepaald pijnlijk aspect van die relatie raakt dan zo uitvergroot dat je alle andere zaken, ook de plezierige, voor het gemak maar even vergeet. Nee? Herkent u dat niet? Of durft u het niet toe te geven? Wat mij zo intrigeert bij die zaken van het hart is de vraag of het beeld dat je van zo’n voorbije relatie hebt wordt gevormd door je gekwetste hart, of dat het hart zich gekwetst voelt door de gedachten over de voorbije relatie. Ik ben er nog niet uit hoe dat precies werkt. Het is een zeer complexe materie, dat brein en de werking ervan.

Ze zeggen dat naarmate je ouder wordt de herinnering aan vroeger levendiger wordt. Toen ik jong was vond ik dat maar onzin. Ik ging er vanuit dat al die nostalgie een keuze was, omdat je heel bewust je gedachten naar vroeger leidt, om het leven te analyseren. Maar ik moest in het voorbije jaar al eens aan mijn zusje toegeven dat ik me soms, zomaar opeens en zonder directe aanleiding, iets van vroeger herinner. Iets waar ik vijftig jaar niet aan heb gedacht. En vanochtend gebeurde het verdorie al weer! Staand onder de douche, genietend van het water dat langs mijn hoofd stroomde, begon ik een melodie te neuriën terwijl de woorden van het liedje met me meeliepen in mijn hoofd:

Driekoningen, driekoningen, geef mij een nieuwe hoed. Mijn oude is versleten, mijn moeder mag het niet weten. Driekoningen, driekoningen, geef mij een nieuwe hoed.

Een liedje uit mijn kindertijd; de tijd dat ik in Limburg woonde. Een liedje uit de katholieke traditie waar ik al meer dan veertig jaar niks aan heb gedaan. Sterker nog, waar ik helemaal niks meer mee te maken wil hebben. Alle religie trouwens, dus voel u vooral niet beledigd als u tot een bepaald kerkgenootschap behoort. In staat om nu zelf eens een stukje empirisch geheugenonderzoek te doen, nam ik snel de stroom van gedachten door die ik had net voordat ik met neuriën begon. Ik probeerde te achterhalen wat de datum van vandaag is. Omdat ik onder de douche stond, zonder kalender, agenda of datumaanduiding op een beeldscherm, moest ik op mijn grijze cellen vertrouwen. Nieuwjaarsdag, oftewel 1 januari, was op donderdag. Een week erbij tellen: donderdag 8 januari. Vrijdag 9, zaterdag 10, dus zondag 11 januari. Hebbes! Hoe was ik dan op dat Driekoningenliedje gekomen? Voor mijn gevoel had ik met mijn gedachten 6 januari, als Driekoningen wordt gevierd, niet aangeraakt. Kennelijk was het genoeg geweest dat die dag ‘inclusief’ was in die eerste gedachtesprong van 1 naar 8 januari. Verbluffend! Toch?

Ik probeerde snel nog iets anders terug te halen, verbonden aan diezelfde Limburgse periode: de woorden van het leesplankje van de katholieke methode die toen werd gebruikt. Waar overigens helemaal geen stichtelijke woorden in voorkomen. Het is maar dat u het weet; ik zat op een moderne school waar het geloof niet dominant aanwezig was. Maar nee, de woorden kwamen niet. Kennelijk werkt het niet op bestelling. Het komt geheel vanzelf, als de synaptische verbindingen in de hersenen toevallig een connectie maken waardoor een herinnering in het langetermijngeheugen wordt ‘gewekt’.

En nu zit dat stomme liedje natuurlijk de hele dag in mijn hoofd. Ja hoor, daar gaat het al weer: “Driekoningen, driekoningen …”

Blog Categorieen