Ontmoedigd

Een week of twee geleden was ik ’s avonds met de auto onderweg van Limburg naar Groningen. Als vrouw alleen zoek ik dan zorgvuldig een tankstation uit waar ik naar het toilet kan gaan. Je kunt immers niet voorzichtig genoeg zijn.

Deze keer moest ik niet alleen plassen, ik moest ook nodig tanken. Bij het binnenrijden van het uitverkoren tankstation zag ik naast één van de pompen een politieauto staan. Leeg, dus de bestuurder was kennelijk binnen om af te rekenen. Vanwege het veilige gevoel dat zo’n rood-wit-blauwe auto bij me oproept sloot ik aan en wachtte geduldig op mijn beurt. Nadat ik zo geruime tijd doelloos in de auto had gezeten controleerde ik eens waar die agent bleef. Tot mijn stomme verbazing zag ik door het raam van de shop dat hij gezellig aan een statafel stond, samen met een pronte vrouwelijke collega. Onder het genot van een kopje koffie keuvelden ze eindeloos over de voorbije werkdag, terwijl ik [*&%$%^] nog helemaal naar Groningen moest. Ik voelde de boosheid van onder mijn navel heel plotseling richting mijn hoofd stijgen. “Misbruik van machtspositie!” gonsde het door mijn verbijsterde hersenen. Maar ondertussen was ik ook al wanhopig bezig om mijn woede te beteugelen. Dat lukte redelijk door een paar keer diep in en uit te ademen.

Moeizaam manoeuvreerde ik mijn dorstige auto achteruit en laafde hem aan een andere pomp. Nog eens tot tien tellend liep ik daarop naar binnen, in het vaste voornemen om die agent op zijn a-sociale gedrag te wijzen. Ik zou rustig naar hem toe lopen en zeggen: “Gewoon even een gesprek van mens tot mens, agent. Wil je in het vervolg de auto na het tanken wegzetten, zodat wij, de brave burgers van dit land, zo snel mogelijk weer op pad kunnen gaan om veilig en op tijd thuis te zijn?” Met overduidelijk respect in zijn stem zou hij tegen me zeggen: “U hebt helemaal gelijk, mevrouw. Ik ben blij dat u mij daar even op wijst.”

Maar ik deed het natuurlijk niet. Bij het binnenlopen van de shop wierp ik hem alleen een halfslachtige ‘vuile’ blik toe. Op die warme zomeravond bedacht ik namelijk nog net op tijd dat ik van plan was om – naast de getankte diesel – een enorme Magnum met nootjes te kopen. Ik stelde me voor wat me boven het hoofd hing als de agent me even later op de A50 achterop zou rijden. Voor mijn geestesoog zag ik het stopteken al oplichten en zag ik mezelf op de vluchtstrook staan en het portierraampje openen om hem te woord te staan. De dienstklopper zou meteen wraak nemen, omdat hij door mijn toedoen in het drukke tankstation voor paal had gestaan. Op de uitgeschreven bon, en later, op de geprinte kennisgeving van het CJIB (met acceptgiro), zou staan: boete € 150, wegens het nuttigen van etenswaren of dranken tijdens het rijden.

Er is veel moed voor nodig om moedig te zijn. Vooral in situaties waarin de macht niet eerlijk verdeeld (b)lijkt te zijn.

Blog Categorieen