Simpel

Zeven jaar geleden overleed mijn vader. Zeven is zo’n magisch getal, dat tot uitdrukking komt in een gezegde als ‘zeven magere jaren worden gevolgd door zeven vette’. Als dat waar is zou het vanaf morgen makkelijker voor me moeten worden. Maar ‘zeven’ is ook een werkwoord. In ons leven zijn we constant bezig met zeven, in de betekenis van dat je alles door je vingers laat stromen terwijl je er gebiologeerd naar kijkt, alsof het fijn zand op een zandstrand betreft. Zeven van het leven betekent dat je geleidelijk loslaat wat niet meer bevorderlijk is, waardoor het leven van een oude man of vrouw heel simpel kan lijken, maar de schitterende zandkorrels die het waard zijn om te bewaren toch rustig in de vuist op de bejaarde schoot liggen.

Voor een man die als je hem beter kende gecompliceerd en zelfs moeilijk kon zijn, hield mijn vader er heel eenvoudige filosofieën op na. Zo kwam de pastoor eens op bezoek om met mijn ouders te praten over hun dochter, die zich op bijeenkomsten van jongeren kritisch over het geloof en de kerk uitliet. Mijn vader zei: “Kijk, meneer pastoor, ik heb een simpele filosofie. Opvoeden is er met gebalde vuisten bij staan terwijl je je kind drie keer met zijn kop tegen die muur laat lopen.” Ik hoef waarschijnlijk niet uit te leggen dat ik die dochter was en ook niet dat mijn vader diep van binnen waarschijnlijk trots op me was, omdat hij zelf een kritische houding ten opzichte van dogma’s had. Toen ik het na de scheiding moeilijk had en soms geen uitweg uit de ellende meer zag, zei hij: “Het voelt waarschijnlijk alsof je meer op je bordje krijgt dan anderen en het niet kunt dragen. Maar je moet wel bedenken dat je juist zo veel op je bordje krijgt, omdat je het kunt dragen.” Die simpele levensfilosofie van mijn vader helpt me ook nu nog door moeilijke perioden heen. De mooiste filosofische opmerking moest toen nog komen. Die schonk hij mij tijdens zijn lange ziekbed, toen we hem samen met de thuiszorg verzorgden. Ik vertelde over iets dat gebeurd was en hoe me dat maar bezighield. Ik weet niet eens meer wat dat was. Hij keek me rustig aan en zei: “Ik heb afgedaan met de drie essen.” Natuurlijk keek ik hem daarop vragend aan. Hij glimlachte en zei: “Spijt, schuld en schaamte.”

Ik heb inmiddels zeven jaar de tijd gehad om daarover na te denken. Ik kwam al snel tot de conclusie dat het inderdaad deze drie S-sen zijn die de grootste ellende in je gevoelsleven veroorzaken. Ook heb ik nu zeven jaar de tijd gehad om er mee te oefenen, dat loslaten van spijt, schuld en schaamte. Het lijkt zo simpel, maar het is misschien toch het moeilijkste proces dat we moeten doorlopen om dood te kunnen gaan. Want al te veel spijt, schuld en schaamte houdt een mens hardnekkig vast aan het leven, terwijl het juist de kunst van het sterven is om alles los te laten, zelfs dat wat ons aanvankelijk, in eerdere levensfasen, tot aangepaste mensen maakte.

En mijn vader? Die hield het tot de laatste dag uiterst simpel. Zo werd hij op 25 november 1930 geboren. Op 25 mei 1955 trouwde hij met mijn moeder. En daarom stierf hij ook maar op de 25e, dat was wel zo makkelijk. Toch?

(Voor groter formaat klik op de afbeelding)

Frans met de kleine Marjo

Blog Categorieen